Welke straffen kan een rechter opleggen? Overzicht strafrecht

Binnen het strafrecht kan de rechter een breed scala aan straffen en maatregelen opleggen. Welke straf wordt opgelegd, hangt af van onder meer de ernst van het strafbare feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en eventuele eerdere veroordelingen.

In deze blog geven wij een volledig en overzichtelijk antwoord op de veelgestelde vraag: welke straffen kan een rechter opleggen in het strafrecht?

Straffen en maatregelen voor meerderjarigen

Schuldigverklaring zonder straf of maatregel (artikel 9a Sr)

Wanneer de rechter tot een bewezenverklaring komt, is hij niet verplicht om een straf of maatregel op te leggen. In sommige gevallen kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder straf, op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer:

  • het feit van geringe ernst is,

  • de gevolgen voor de verdachte al groot zijn geweest,

  • of de persoonlijke omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Voorwaardelijke straf

De rechter kan ook een voorwaardelijke straf opleggen. Dat betekent dat de straf niet direct ten uitvoer wordt gelegd, zolang de verdachte zich gedurende een bepaalde proeftijd aan de voorwaarden houdt en geen nieuwe strafbare feiten pleegt.

Aan een voorwaardelijke straf kunnen bijzondere voorwaarden worden verbonden, zoals:

  • een behandelverplichting,

  • een meldplicht,

  • een contact- of locatieverbod.

Geldboete

Een veelvoorkomende straf is de geldboete. De hoogte van de boete hangt af van het delict en de draagkracht van de verdachte. De inning van de boete verloopt via het CJIB (Centraal Justitieel Incassobureau).

In veel gevallen kan aan de rechter worden verzocht om:

  • de boete in termijnen te betalen

  • met een minimum van €50 per maand

Werkstraf

De rechter kan ook een werkstraf opleggen. Dit houdt in dat de verdachte een aantal uren onbetaalde arbeid moet verrichten.

  • Maximale duur werkstraf: 240 uur

  • Wordt de werkstraf niet (goed) uitgevoerd, dan kan deze worden omgezet in vervangende hechtenis

Gevangenisstraf

Een gevangenisstraf kan tijdelijk of levenslang zijn.

  • Tijdelijke gevangenisstraf:

    • minimaal 1 dag

    • maximaal 30 jaar

  • Levenslange gevangenisstraf is in beginsel ook daadwerkelijk levenslang

Sinds enkele jaren worden levenslanggestraften na 25 jaar herbeoordeeld door het Adviescollege voor Levenslanggestraften, dat kijkt of terugkeer in de maatschappij mogelijk is.

TBS (terbeschikkingstelling)

TBS is een maatregel die de rechter kan opleggen aan verdachten die:

  • een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd, en

  • lijden aan een psychiatrische stoornis.

De wet kent twee vormen van TBS.

TBS met dwangverpleging

Bij TBS met dwangverpleging wordt de verdachte opgenomen in een TBS-kliniek. Deze maatregel is geregeld in artikel 37b Sr en kan zeer langdurig zijn.

TBS met voorwaarden

Bij TBS met voorwaarden vindt geen gedwongen opname plaats. Het recidivegevaar moet voldoende kunnen worden beperkt door het stellen van voorwaarden, zoals behandeling of toezicht.

ISD-maatregel (Inrichting Stelselmatige Daders)

De ISD-maatregel is bedoeld voor meerderjarige stelselmatige daders die zeer frequent met politie en justitie in aanraking komen.

  • Duur: maximaal 2 jaar

  • Plaatsing in een speciale inrichting

  • Doel: bescherming van de maatschappij én gedragsverandering

Gedragsaanwijzing van de officier van justitie

Een gedragsaanwijzing wordt niet door de rechter opgelegd, maar door de officier van justitie. Deze maatregel houdt in dat de verdachte iets wel of niet mag doen voor een periode van maximaal 90 dagen.

Tegen een gedragsaanwijzing kan:

  • beroep worden ingesteld bij de rechtbank

  • bij gegrondverklaring vervalt de maatregel

Ontzegging van de rijbevoegdheid

In verkeerszaken kan de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Dit betekent dat de verdachte:

  • gedurende een bepaalde periode

  • geen motorrijtuigen mag besturen

Deze straf wordt vaak gecombineerd met een geldboete of gevangenisstraf.

Straffen en maatregelen voor minderjarigen

Halt-afdoening

De Halt-afdoening geldt uitsluitend voor minderjarigen en voorkomt verdere strafvervolging. De jongere moet hiermee instemmen en een beperkt aantal uren werken.

Belangrijk:

  • geen aantekening op het strafblad

Jeugddetentie

Jeugddetentie is de gevangenisstraf voor minderjarigen.

  • Onder 12 jaar: geen gevangenisstraf

  • 12–15 jaar: maximaal 12 maanden

  • 16–17 jaar: maximaal 24 maanden

  • Minimumstraf: 1 dag

Minderjarigen verblijven in een justitiële jeugdinrichting.

PIJ-maatregel (jeugd-TBS)

De PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen) is de zwaarste strafrechtelijke maatregel voor minderjarigen. Deze maatregel wordt ook wel jeugd-TBS genoemd.

De PIJ-maatregel richt zich vooral op:

  • behandeling,

  • heropvoeding,

  • en het voorkomen van herhaling.

Straf opgelegd of dreigt een strafzaak?

Welke straf of maatregel wordt opgelegd, verschilt per zaak. Persoonlijke omstandigheden, procesfouten en juridisch verweer spelen vaak een doorslaggevende rol.

Wordt u verdacht van een strafbaar feit of wilt u weten welke straf u kunt verwachten? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij brengen u direct in contact met een gespecialiseerde strafrechtadvocaat.

Vorige
Vorige

Wat is wraking in het strafrecht? Uitleg verzoek tot wraking

Volgende
Volgende

Rijbewijs ingevorderd door de politie? Dit kunt u direct doen